zaterdag 19 november 2011

In America the biggest is the best

En dat brengt ons bij vandaag, 29 september 1997. Ik lig momenteel in New York op mijn sterfbed. Het is duidelijk geworden dat mijn longontsteking sterker dan mij is, daarom wou ik jullie mijn levensverhaal nog vertellen. Hopelijk hebben jullie ervan genoten. Mijn leven was groots, bijpassend bij wat ik ooit zei over Amerika: ‘In America the biggest is the best’.

Deze blog is louter educatief.

1995

Twee jaar later kreeg ik de National Medal of the Arts in Washington D.C en de Kyoto Prize, Inamori Foundation in Japan.

1993

In het jaar 1993 ontving ik de Amici de Barcelona van burgemeester Pasquall Maragall in Barcelona.

1991

In Massachusetts in de Brandeis University won ik de Creative Arts Award in Painting.

Reportage

In 1990 werd er een reportage over mij gemaakt waarin ik zelf ook spreek. Hier zie je het: (het is verdeeld over 5 stukken)
Deel I
Deel II
Deel III
Deel IV
Deel V

Preparedness

Dit is Preparedness, een werk dat ik maakte in 1968. Het hangt tegenwoordig in het Solomon R. Guggenheim Museum te New York.  

London's Tate Gallery

Ik ben heel trots op het feit dat ik in 1966 als eerste Amerikaan een expositie had in London’s Tate Gallery. 

De scheiding

Mijn huwelijk met Isabel Wilson eindigde helaas in 1965. Zij kreeg het hoederecht over onze kinderen.



Rond deze periode begon ik mijn samenwerking met Hui Ka Kwong. Met hem maakte ik onder andere het “Ceramin Sculpture”. Dit hielp om mijn aandacht af te leiden.  Hiernaast zie je een afbeelding van dit sculptuur.

1960-1963

Dit is een zeer bekend werk van mij. Het heet 'Whaam' ,  is 172 op 421 centimeter groot en hangt in het Tate Modern in Londen. Het werk is gebaseerd op een scène uit een stripboek, namelijk uit 'All-American Men of War' 

Gedurende deze periode startte ik ook met les geven aan de Rutgers University in New Jersey. Dit deed ik tot in 1963. Het jaar voor ik stopte met les geven, werd er een belangrijke expositie over mijn werk gehouden in de galerie van Leo Castelli, in New York. 

Claes Oldenburg

Claes Oldenburg

In 1960 ontmoette ik Claes Oldenburg. Vanaf dan deden stijlelementen uit reclame en stripverhalen hun intrede in mijn werken. Ik maakte meer gebruik van zwarte contourlijnen, felle kleuren, rasters en stippen. Hierdoor werd ik beroemd. 

1951-1960: Mijn prille carrière

Later ging ik terug studeren in Ohio, waar ik beïnvloed werd door Hoyt Leon Sherman. Hij was een van mijn leerkrachten. Ik zou mijn studio later naar hem vernoemen. Nadat ik afgestudeerd was, kreeg ik in 1951 een job als art instructor. Deze job deed ik tien jaar lang. In datzelfde jaar had ik mijn eerste solotentoonstelling in galerie Carlebach in York.

Bron: www.Cultuurarchief.nl

1949-1950

In 1949 trouwde ik met Isabel Wilson. Het was een jaar om nooit meer te vergeten! Ze was de liefde van mijn leven! Mijn geluk kon niet op.
Een jaar later verhuisde ik met mijn vrouw en kinderen naar Columbus.   Diezelfde zomer nam ik een cursus over muurschilderingen, olie- en waterverf. Gigantische kevers, bloemen en vogels samen met middeleeuwse beelden waren voor een groot deel de onderwerpen van mijn schilderijen. In die tijd maakte ik vooral mozaïektafels. 

Geïnspireerd door Picasso

In 1939 bezocht ik het Museum of Modern Art in New York, omdat daar een expositie te zien was van Picasso’s nieuwe schilderij, Guernica. Drie jaar later In schilderde ik de Painting of a Man, ik moet toegeven dat Pablo Picasso toen mijn inspiratiebron was. Dat zie je aan dit schilderij, het lijkt namelijk op het Portret van Gertrude Stein,  één van de vele schilderijen van Picasso. (Zie foto rechts)

donderdag 17 november 2011

Nostalgie: mijn studentenleven

Op school was kunst geen vak. Kunst is voor mij dus begonnen als een hobby, ik tekende muzikanten die op instrumenten speelden. Toen ik mijn diploma van het secundair onderwijs had, heb ik mij diezelfde zomer nog ingeschreven aan de Art Students League of New York. Daarna verliet ik NY om aan Ohio State University te studeren. Daar wou ik kunst studeren, maar door WOII moest ik weer naar huis om mijn stervende vader te bezoeken.